Wat is fasciatherapie en hoe ga je hiermee aan de slag?

De fascia vroeger en nu

We hebben spieren, botten, zenuwen, gewrichten en nog veel meer. We weten hoe ze functioneren en wat ze doen. Ook de fascia hoort als lichaamsstructuur in dat rijtje thuis, al werd die 30 jaar geleden anders gezien dan tegenwoordig. Vroeger werd de fascia vooral gezien als een passief bindweefselvliesje dat alleen maar diende om de andere lichaamsstructuren op hun plek te houden. 

Maar hoe meer onderzoek er naar fasciae gedaan wordt, hoe meer blijkt dat het geen passieve structuur is, maar eerder een actief en reactief bindweefselnetwerk. Een netwerk dat ‘leeft’ en daardoor allerlei klachten kan veroorzaken. In dit blog bekijken we wat er nu bekend is over de fascia, welke klachten het kan geven, hoe het behandeld kan worden en in hoeverre de wetenschap dit ondersteunt.

Wat is de fascia?

De fascia is een groot netwerk van elastisch bindweefsel dat zich doorheen het hele lichaam bevindt. Het omhult, ondersteunt en verbindt alle andere lichaamsstructuren, zoals spieren, gewrichten, botten en organen. De fascia bestaat uit drie lagen, namelijk de onderhuidse fascia, de diepliggende fascia en de verbindende fascia. 

De onderhuidse fascia is een dicht netwerk van elastische vezels en zit vlak onder de huid. Deze laag omhult het hele lichaam en dient bovendien als schokdemper. 

De diepe fascialaag omringt  de spieren, pezen, banden, botten, gewrichten, zenuwbanen en bloedvaten van het lichaam. Doordat deze laag veel collageenvezels bevat, is hij trekvast en weinig elastisch. Ook bevat de diepe laag veel receptoren, meer dan spieren. 

De verbindende fascia houdt de organen op hun plek. Omdat stabiliteit hierbij belangrijk is, is ook deze laag minder rekbaar dan de onderhuidse laag. 

Samen zorgen de fasciae voor stabiliteit en een soepele beweging. Vanwege de vele receptoren die ze bevatten en de vele informatie die ze aan de hersenen leveren, wordt de fascia door sommige wetenschappers zelfs als grootste orgaan van de mens gezien. 

Welke klachten kan de fascia veroorzaken en hoe ontstaan deze klachten?

De diepe fascialaag bevat o.a. myofibroblasten. Dit zijn gespecialiseerde bindweefselcellen die zich kunnen samentrekken. Dankzij deze gespecialiseerde fibroblasten kan de fascia, los van musculaire invloeden, zijn tonus veranderen.  

Fibroblasten specialiseren zich in myofibroblasten als reactie op bepaalde prikkels, zoals de aanwezigheid van een ontstekingsstof. Bij blootstelling aan deze stof veranderen de fibroblasten binnen een paar uur in myofibroblasten. En doordat deze cellen veel sterker zijn, wordt de fascia direct een stuk stijver.1 

Omdat ontstekingsstoffen ook bij stress vrijkomen, kan langdurige stress op den duur fysieke klachten geven. Maar het bindweefsel kan ook verstijven of verkleven door te weinig beweging, overbelasting, een trauma, een operatie of een verkeerde houding. Als gevolg daarvan kunnen er ontstekingen, pijn, stijfheid en bewegingsbeperkingen ontstaan. 

Omdat alle fasciae in het lichaam met elkaar verbonden zijn, kunnen lokale klachten zich dus uiten in het hele lichaam. De klachten die ontstaan door fasciastijfheid, zijn daarom erg divers. Denk aan:

  • Rug- en nekklachten, spier- en gewrichtspijnen, verklevingen
  • Vage pijnen, klachten die opkomen bij stress 
  • CVS, fibromyalgie, depressie, burn-out, mentale overbelasting
  • Fysieke en psychische functioneringsstoornissen
  • Sportblessures en sportgerelateerde bewegingsproblemen

Wat is fasciatherapie?

Bij fasciatherapie, ofwel bindweefseltherapie, worden de verstijvingen en verklevingen in het bindweefsel behandeld met als doel het bindweefsel soepeler te maken. Dit kan bereikt worden door de mechanoreceptoren in de fascia te prikkelen.

Dr. Robert Schleip, vooraanstaand onderzoeker van de fascia, geeft aan dat de fascia vier types mechanoreceptoren heeft. Elk type heeft een voorkeurslocatie, reageert op een ander soort manuele manipulatie en geeft een ander soort effect op het lichaam.  Het gaat om de volgende receptoren:

  • Receptoren die op spiercontracties en -rek reageren met tonusvermindering (Golgi, type Ib)
  • Receptoren die op snelle drukveranderingen en vibraties reageren met proprioceptieverbetering (Pacini en Paciniform, type II)
  • Receptoren die reageren op aangehouden druk en laterale rek door inhibitie van het autonome zenuwstelsel (Ruffinie, type II)
  • Interstitiële receptoren, type III en IV). 

Een therapeut kan deze fasciale mechanoreceptoren manipuleren. Vooral prikkeling van de Ruffini en interstitiële receptoren is interessant, omdat deze receptoren stijfheid kunnen verminderen door inhibitie van het sympathische zenuwstelsel.1 Manipulatie van deze mechanoreceptoren kan manueel worden gedaan, bijvoorbeeld met specifieke rektechnieken, maar ook met diverse hulpmiddelen zoals cupping sets of specifieke tools. Ook shockwave kan worden ingezet bij verminderde elasticiteit en toegenomen stijfheid van de fascia. Sterker nog, er zijn speciale fascia-applicatoren beschikbaar die precies hierop inspelen. Door de specifieke ontwikkeling van deze applicatoren kunnen ze de therapeut helpen bij het stimuleren van de mechanoreceptoren in de fascia.
 

MEER WETEN OVER SHOCKWAVE THERAPIE

Gedegen wetenschappelijk bewijs voor de interventies is er nog niet. Totdat er is, werken therapeuten practice based. Daarbij worden de ervaringen en effecten van uitgevoerde behandelingen getoetst aan de beschikbare wetenschappelijke inzichten en werken de behandelaars tegelijkertijd mee aan wetenschappelijk onderzoek. 

“Als fasciatherapeut gebruik ik zachte druktechnieken, oefentherapie en introspectie, gebaseerd op tensegriteit, om mijn patiënt te leren zijn lichaam her te ontdekken. Dit zorgt ervoor dat hij de tools krijgt om zonder of tenminste met een minimum aan klachten door het leven te gaan.”

Fysiotherapeut Killian

Meer informatie over therapeutische hulpmiddelen bij fasciatherapie
Heb je interesse in fasciatherapie en wil je graag meer informatie over de speciale fascia-shockwave-applicatoren, neem dan vrijblijvend contact met ons op.
 

NEEM CONTACT OP

[1] Schleip, R. (2011). Fascia as a sensory organ: a target of myofascial manipulation. In: Dalton, E. (Red.), Dynamic Body: Exploring Form, Expanding Function (pp. 137-164). Freedom from Pain Institute.